Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Leef in stijl

Avatar
Redactie NHG/BSL

En hoe gaat het met de beweging? Een van de standaardvragen tijdens welk consult dan ook. De man tegenover me begint enthousiast te vertellen. Meestal word ik dan alert. Mensen die enthousiast vertellen over bewegen vertrouw ik niet. Hoe enthousiaster de verteller, hoe kleiner de feiten. Wie wil de verteller overtuigen met zijn enthousiasme? Toch voornamelijk zichzelf denk ik. In dit geval word ik niet wakker. Er gaan geen lampjes branden. Ik luister naar zijn verhaal. Elke dag fietst hij naar zijn werk, half uurtje heen, half uurtje terug. Hij tennist, doet aan mountainbiken, wielrennen en oh ja, hij loopt ook nog wel eens hard. Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Ik kan bijna niet wachten tot ik uit mijn stoel op mag staan om ook te gaan bewegen!
Terwijl de man bijna manisch wordt over zijn eigen mobiliteit, taxeer ik hem eens even onopvallend. Kalend, bol hoofd met gezellige dikke wangen. Hollands welvaren in het gezicht. Ernstig te klein voor zijn gewicht. De knoopjes van zijn blouse staan op sommige plaatsen uitdagend gespannen. Zijn broek is iets te lang en iets te smal. Bij binnenkomst viel me al op dat deze man beter niet kan bukken.
De man is begin vijftig en heeft een goede baan bij de gemeente als manager. “Dat levert wel veel stress op”, roept hij. Gek eigenlijk, managers roepen altijd over stress. Ik heb ook schilders en timmermannen in de praktijk, die roepen dat nooit. Meestal word ik sarcastisch bij dit soort types. Maar nu ik sinds kort ook managementtaken heb, begin ik compassie te voelen.
Ik geef de man veel ruimte, figuurlijk dan. Letterlijk neemt hij al ruimte genoeg in. Mijn gezicht is blanco terwijl ik luister. Ik oordeel niet. Ik veroordeel zeker niet. In mijn hoofd waait ondertussen een zuidwester kracht twaalf van gedachten en gevoelens. Terwijl er een verhaal voorbij komt over een of andere fantastische, maar monsterlijk zware fietstocht, realiseer ik me dat ik naar mezelf zit te kijken. Ik zit tegenover mezelf! Vijftien jaar ouder, dertig kilo zwaarder en geen steek wijzer. Grote verhalen verbloemen kleine ongemakken. Veel uiterlijk vertoon verhult innerlijke onvrede. De discrepantie tussen woord en beeld is zo groot dat de man een karikatuur van zichzelf begint te worden.
De fietsverhalen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor een uitbundige beschrijving van de Bourgondische feestjes daarna. De hoeveelheid alcohol die daar in woord vloeit doet het droge voorjaar vergeten. Ik moet er niet aan denken dat het feitelijk waarschijnlijk zelfs twee keer zoveel is… ‘de zondvloed wordt mede mogelijk gemaakt door Heineken’. Zijn beweegverhaal duurde een kleine tien minuten. Ik vermoed dat zijn feitelijke beweging niet veel meer zal zijn. “Ja, ik leef in stijl”, hoor ik de man zeggen.
Met een daverende knal brengt mijn sarcasme me terug in de realiteit. “Over smaak valt te twisten. Over stijl ook.” Onomwonden leg ik hem kort en bondig uit dat zijn leefstijl bestaat uit overdaad en onderprestatie. Dat er een disbalans is tussen verbruik en inname. Dat zijn diabetescarrière inmiddels een grotere vlucht heeft genomen dan zijn maatschappelijke carrière. En dat zijn verhalen heel leuk zijn. Met vrienden in de kroeg. Bij een spa rood! Want dat is beter na het fietsen.
Vriendelijk maar duidelijk spreek ik de man toe. Zoals ik iedere dag mezelf vriendelijk en duidelijk toespreek… Best leuk om te zien hoe ik reageer als ik mezelf toespreek. Het is een goed en helder gesprek. We praten nog wat na en sluiten af. “Fietst u zelf ook?”, vraagt de man bij het verlaten van de kamer. Ik kijk naar beneden en glimlach. “Ach”, zeg ik, “we zouden elkaar best eens tegen kunnen komen.” Maar of het op de fiets is betwijfel ik.

Bas Janssen

Bas Janssen (38) is praktijkondersteuner en physician assistant in een gezondheidscentrum in Almere, getrouwd en heeft 3 kinderen. Hij geeft les aan de opleiding tot praktijkondersteuner.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 4

Literatuurverwijzingen: