Het preconceptieconsult

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Relevantie

De perinatale sterfte (foetale vanaf 22 weken zwangerschap en neonatale tot 4 weken na de geboorte) in Nederland leek rond 2007 relatief hoog vergeleken met andere Europese landen: 1 op de 100. De belangrijkste risicofactoren voor perinatale sterfte in ons land zijn vroeggeboorte, laag geboortegewicht en aangeboren afwijkingen. Perinatale sterfte is voor alle betrokkenen een drama dat levenslang wordt meegedragen.

Situatie nu

Na het Rotterdamse onderzoek Klaar voor een kind wordt inmiddels via het vervolgonderzoek Healthy Pregnancy for All (HP4All) door 14 gemeentes in Nederland een programma uitgerold om het preconceptieconsult te gaan toepassen: onder andere in Den Haag, Amsterdam en Almere. Naast verloskundigen kunnen huisarts en praktijkondersteuner daarbij een nieuwe taak oppakken, al dan niet samen.

Waaruit bestaat het preconceptieconsult?

Om het risico op perinatale sterfte te kunnen bepalen, wordt eerst een uitgebreide anamnese afgenomen. De paren kunnen zelf het consult voorbereiden door een vragenlijst op www.ZwangerWijzer.nl in te vullen. Bij de anamnese behoren de medische als ook de obstetrische voorgeschiedenis, erfelijke factoren, medicijngebruik, omgevingsfactoren (arbeidsomstandigheden, risico op infecties, psychosociale factoren) en leefstijlfactoren. Leefstijlfactoren die van belang zijn rondom preconceptie, zwangerschap, geboorte en kraambed zijn vooral roken en drugs, alcohol, over- en ondergewicht, voeding en stress. Verder vindt lichamelijk onderzoek (lengte/gewicht, BMI) plaats, eventueel aanvullend laboratoriumonderzoek of verwijzing. Samenvatting van risico’s, plan van aanpak en de NHG-Patiëntenbrief Voordat u zwanger wordt komen aan bod tijdens het vervolgconsult.

Taakverdeling?

De huisarts kan de medische risico-inventarisatie doen en de praktijkondersteuner de omgevings- en leefstijlfactoren. De meeste praktijkondersteuners zijn daar immers al mee bezig in het kader van diabetes, astma/COPD en CVRM. Zo nodig kan de praktijkondersteuner ook het aanpassen van de leefstijl begeleiden.
De huisarts kan ook het preconceptieconsult overlaten aan een verloskundige. De praktijkondersteuner begeleidt zo nodig verder bij leefstijlaanpassing. Bij lager opgeleiden en allochtonen is er relatief meer onbekendheid met risicofactoren tijdens de zwangerschap en dus is extra aandacht voor deze groepen gewenst. Eventueel kan de praktijkondersteuner of voorlichter eigen taal & cultuur van de gemeente helpen bij het invullen van de vragenlijst op www.zwangerWijzer.nl.

Opleiding

De NHG-Standaard Preconceptiezorg geeft uiteraard informatie en adviezen op het gebied van preconceptiezorg, maar ook op het gebied van hypertensie, astma en diabetes type 2: zinvolle informatie voor álle praktijkondersteuners. Daarnaast zijn vanuit HP4All e-learning en een informatiemap ontwikkeld. Deze zijn helder, kort en behulpzaam en het kost niet veel tijd ze door te nemen.
Al met al: het preconceptieconsult is mogelijk een nieuwe, leuke en dankbare taak voor praktijkondersteuners, met maatschappelijke relevantie.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 3

Literatuurverwijzingen:

1De Jong-Potjer L, Beentjes M, Bogchelman M, Jaspar G, Van Asselt K. NHG-Standaard Preconceptiezorg. 2011; www.nhg.org
2NHG-Patientenbrief Voordat u zwanger wordt. www.nhg.org, thuisarts.nl
3www.ZwangerWijzer.nl