Het bespreken van het vasten tijdens de ramadan

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Serie communicatietips

Communiceren is zo’n belangrijk deel van het werk van de praktijkondersteuner, dat het goed is daaraan veel aandacht te besteden. In de diverse situaties in de spreekkamer komen steeds andere vaardigheden naar voren. Het geven van voorlichting vergt bijvoorbeeld een andere benadering dan het uitdiepen van de hulpvraag. En het bespreken van een gezondheidsprobleem met iemand die het Nederlands niet goed beheerst of met een andere culturele achtergrond dan jij, kan soms lastig zijn.
In een korte serie geeft TPO een aantal tips die het communiceren met de patiënt kunnen vergemakkelijken. In eerdere afleveringen kwamen enkele algemene tips aan de orde; alsook het geven van voorlichting en het omgaan met andere referentiekaders. Ditmaal staan het bespreken van het vasten en het medicijngebruik tijdens de ramadan centraal. In dit artikel gaat het vooral om diabetespatiënten, maar ook de COPD-patiënt, de cardiale patiënt en de oudere patiënt met polyfarmacie hebben baat bij een goede communicatie op dit terrein.

Het abc van de ramadan

Omdat de islamitische kalender rekent met ‘maanmaanden’ van 29 à 30 dagen in plaats van ‘zonmaanden’ duurt het islamitische jaar gemiddeld 354 dagen. De ramadan schuift dus elk jaar naar voren in de westerse kalender.
Tijdens de ramadan wijden de moslims zich aan reiniging en bezinning om de band met Allah te versterken. Zij doen dit onder meer door te vasten tussen zonsopgang en zonsondergang. Nu de ramadanperiode steeds meer de zomer in schuift, wordt het vasten een erg zware opgave, niet alleen doordat de dagen zo lang duren, maar ook doordat de hoge zomertemperaturen vochttekort kunnen veroorzaken.
Elke moslim moet vanaf zijn puberteit de ramadan in acht nemen; naar schatting doet 80 tot 90% van de moslims in Nederland dat. Strenge islamitische stromingen beschouwen álles wat het lichaam binnenkomt als doorbreking van het vasten, dus ook geneesmiddelen, ongeacht de toedieningsvorm.
Ook moslims die ziek zijn of geneesmiddelen gebruiken, zullen zich graag aan het vasten houden. Omdat dit niet zonder risico’s is, kent de ramadan dispensatieregels.

Een definitieve vrijstelling voor het vasten krijgen:

  • chronisch zieken die afhankelijk zijn van medicatie die meermalen per dag moet worden ingenomen;
  • geestelijk gehandicapten, dementerenden en psychiatrische patiënten.

Een tijdelijke vrijstelling voor het vasten krijgen:

  • vrouwen die menstrueren, zwanger zijn of borstvoeding geven;
  • zieken die tijdelijk behandeld moeten worden;
  • zwakke ouderen, reizigers en mensen die zeer zware arbeid verrichten.

Bij een tijdelijke vrijstelling moeten de uitgestelde dagen later worden ingehaald. Het vasten in je eentje is echter veel zwaarder, dus veel mensen zullen proberen te voorkomen dat ze in die situatie terecht komen.
Niet alle moslims zijn op de hoogte van de dispensatieregels of ze weten niet of ze voor dispensatie in aanmerking komen.

[[img:286]]

Tip 1 – Elk contact met mensen uit andere culturen begint met respect en begrip.

Het is soms lastig te begrijpen dat mensen niet ‘gewoon doen wat goed voor ze is’. Dat geldt dus zeker voor een diabetespatiënt die willens en wetens overdag niet drinkt of zijn medicijnen niet inneemt. Maar het is voor moslims om meerdere redenen belangrijk om te vasten tijdens de ramadan. Als je in gesprek gaat met de patiënt is het goed om te tonen dat je zijn overwegingen begrijpt en zijn dilemma respecteert.

Tip 2 – Laat je vooronderstellingen los.

De waarde van de ramadan is voor ons misschien niet goed te begrijpen en we zijn allemaal al gauw geneigd om onze eigen ideeën te plakken op de situatie van een ander. Zo is het gemakkelijk te denken dat een patiënt wel blij zal zijn als op hem een dispensatieregel van toepassing is en hij dus niet hoeft te vasten. Maar dat is allerminst zo. Naast de religieuze motivatie en vaak diepgevoelde behoefte aan bezinning, weegt ook het sociale aspect zwaar om met de omgeving mee te willen vasten, ondanks een ziekte. Tijdens de ramadan zijn er veel gezamenlijke ontspannende en spirituele activiteiten en de gemeenschappelijke maaltijden krijgen veel aandacht. De onderlinge contacten zijn dus erg belangrijk in deze periode en het ‘niet meedoen’ plaatst iemand buiten zijn sociale omgeving. Van blijdschap zal dus niet vaak sprake zijn als een moslim niet mag vasten. Het is goed om te proberen dergelijke vooronderstellingen zoveel mogelijk los te laten.
Realiseer je ook dat ‘de’ moslim natuurlijk niet bestaat. Er zijn verschillende stromingen met verschillende gebruiken, waarvan de bekendste de sjiieten en soennieten zijn. Ook als je denkt dat je goed hebt begrepen hoe de gebruiken zijn binnen de moslimgemeenschap in jouw praktijk, kun je nog voor verrassingen komen te staan.

Tip 3 – Besef dat een patiënt die zich gezond voelt, zeker zal willen vasten en maak dit bespreekbaar.

Als patiënten goed op hun medicijnen zijn ingesteld voelen ze zich niet ziek, of in elk geval niet ziek genoeg om niet te kunnen vasten. Bijvoorbeeld een goed ingestelde COPD-patiënt ervaart niet genoeg klachten om hem ervan te doordringen dat hij een ernstige aandoening heeft. Ga er daarom niet van uit dat de patiënt wel weet dat hij een chronische ziekte heeft en wat voor hem de risico’s zijn van vasten. Kaart het onderwerp aan bij je eerstvolgende consult en vraag wat de patiënt van plan is te doen tijdens de ramadan. Als je dat open doet, is de kans het grootst op een eerlijk antwoord en kun je dus tijdig op de situatie inspelen.

Tip 4 – Wijs de patiënt op de dispensatiemogelijkheden.

Niet alle moslims weten dat er dispensatiemogelijkheden zijn of ze weten niet wat de regels daaromtrent precies inhouden. Bovendien verschillen de regels ook nog eens binnen de verschillende islamitische stromingen; ze worden namelijk vaak ‘meegenomen’ uit het land van herkomst. Je kunt de patiënt vertellen dat diabetes een chronische ziekte is die beslist binnen de dispensatieregels valt. Een patiënt met diabetes hoeft en hoort niet te vasten.

Tip 5 – Je mag gerust met klem het vasten ‘verbieden’, mits je respectvol blijft.

Een autochtone patiënt zul je niet gauw ‘streng toespreken’, en dat zou je ook niet in dank worden afgenomen. Maar een islamitische patiënt kun je daar in dit geval soms een dienst mee bewijzen. Respect voor ‘de dokter’ kan ervoor zorgen dat de patiënt zich laat overtuigen, en een islamitische patiënt is over het algemeen ook minder snel beledigd door een ge- of verbod. Als ‘de dokter’ zegt dat het vasten echt niet mag, dan zal dat ook wel zo zijn. Onderstaande casus is opgetekend uit de mond van een Turkse patiënte.

Mevrouw Karapinar heeft diabetes, hypertensie, een verhoogd cholesterolgehalte en een lichte obesitas. Tot dusver heeft ze zich aan de regels van haar geloof kunnen houden, ondanks haar klachten en de medicijnen die ze daarvoor krijgt. Maar ze merkt de laatste tijd dat haar gezondheid minder goed wordt. ‘U moet maar zeggen of ik nog wel mag vasten!’, zegt ze tegen de praktijkondersteuner. Mevrouw Karapinar krijgt uiteraard het nadrukkelijke advies om niet meer te vasten. Ze zegt: ‘God wil niet dat ik ziek word. Dus als de dokter zegt dat ik niet meer mag vasten, dan doe ik dat ook niet meer.’

Deze patiënte ziet de praktijkondersteuner als ‘dokter.’ Maak gebruik van die autoriteit en wees stellig, vooral ook in je gebod dat een diabetespatiënt in ieder geval overdag voldoende water moet drinken!

Tip 6 – Leg goed uit waarom het vasten de gezondheid kan schaden.

Verbieden of adviseren is natuurlijk niet genoeg. Een patiënt kan alleen een juiste afweging maken van de risico’s die hij neemt, als hij ook de werking van zijn lichaam en de medicijnen begrijpt en weet wat er kan misgaan. Bovendien is begrip een goede motivator. Onderstaande casus komt uit de praktijk.

‘U heeft me vorig jaar wel verteld dat ik niet mag vasten’, zegt mevrouw Yilmas tegen de praktijkondersteuner, ‘maar ik weet eigenlijk niet precies waarom. Ik wil graag weten of het echt niet mag en waarom vasten slecht voor me is. Ik vind het heel belangrijk om mee te kunnen doen met de ramadan.’
Mevrouw Yilmas is vorig jaar dan ook gewoon blijven vasten, terwijl ze een beetje improviseerde met haar medicijnen.

Tip 7 – Schakel zo nodig een tolk in.

Als de taalproblemen een goede communicatie in de weg staan en je het idee hebt dat je patiënt je uitleg niet begrijpt, is het misschien goed om eens een tolk in te schakelen. Dit is vaak beter dan het vertalen over te laten aan familieleden, want het risico dat de informatie over en weer ‘gekleurd’ wordt doorgegeven is dan erg groot. Er is een regeling getroffen met het Tolk- en Vertaalcentrum Nederland zodat je een tolk je consult telefonisch kunt laten ‘bijwonen’. (Dan heb je uiteraard wel een telefoon met een hands free-functie nodig.) Deze dienstverlening is gratis voor huisartsen – en dus voor jou – mits je je houdt aan de geformuleerde ‘veldnormen’. Er is geen afspraak voor nodig; in de meeste gevallen is een tolk snel te raadplegen.

Veldnormen in het kort*

  • U gebruikt een tolk wanneer u niet in een voor de cliënt begrijpelijke taal kunt communiceren.
  • U gebruikt een professionele tolk en geen vrienden, kennissen, familieleden of kinderen om te tolken.
  • Een telefonische tolk is in principe de beste oplossing.
  • Een telefonische tolk hoeft u niet te reserveren, tenzij het om een ‘kleine’ taal gaat.
  • Een persoonlijk aanwezige tolk kan handig zijn wanneer u:

      • iets wilt laten zien of uitleggen met beeldmateriaal of apparaten;
      • met meerdere mensen tegelijk werkt;
      • verschillende vreemde talen tegelijk wilt laten tolken;
      • een voor de cliënt zeer moeilijk gesprek moet voeren.
  • De zorginstelling waar u werkt kunt u verzoeken deskundigheidsbevordering aan te bieden voor de medewerkers die met tolken moeten werken zodat zij voldoende vaardig zijn.

*Deze ‘veldnormen’ zijn gedownload via www.tvcn.nl. Directe tolkhulp kun je inschakelen via telefoonnummer 088-255 52 33 (24 uur per dag, 7 dagen per week).

Tip 8 – Realiseer je dat vooral vrouwen het erg zwaar hebben tijdens de ramadan.

Vrouwen hebben het tijdens de ramadan zwaar te verduren, ook als ze niet (chronisch) ziek zijn. Het bereiden van de grote maaltijden die na zonsondergang moeten worden geserveerd zijn voor hen heel belastend. Ze staan urenlang in de keuken en het wordt ’s zomers erg laat voor alles weer is opgeruimd, terwijl ze voor dag en dauw weer moeten opstaan om voor de maaltijd voor zonsopkomst te zorgen. Bovendien zijn er vaak financiële zorgen; veel immigranten hebben het niet breed en de uitgebreide maaltijden zijn erg duur. Dit alles is reden te meer om vrouwelijke patiënten ervan te overtuigen dat zij hun lichaam niet nog zwaarder moeten belasten dan al nodig is in deze periode.
Heb hier ook oog voor tíjdens de ramadan: als je ziet dat iemand erg verzwakt is, kun je op dat moment aanraden om te stoppen met het vasten. Dat werkt vaak beter dan iemand van tevoren ervan te overtuigen om niet te gaan vasten.

Tip 9 – Besef dat ondanks je goede voorlichting de patiënt zich misschien toch niet aan je adviezen zal houden.

Je kunt nog zulke goede voorlichting geven en heel veel energie stoppen in het informeren en waarschuwen van de patiënt, de kans is zeer reëel dat deze je adviezen niet zal opvolgen. Soms is dat meteen al duidelijk en zal de patiënt je ronduit zeggen dat hij tóch wil vasten. Dan heb je het gemakkelijk, want dan kun je nog proberen om het geneesmiddelenregime zodanig te laten aanpassen dat bijvoorbeeld langwerkende middelen niet voor de nacht maar juist voor de dag worden ingenomen. Maar heel wat vaker is de situatie helemaal niet zo duidelijk, want dan zal de patiënt ‘ja zeggen en nee doen’. Wees daarop bedacht en voorkom zo teleurstelling of frustratie bij jezelf, want dan raakt je relatie met de patiënt wellicht verstoord.

Tip 10 – Blijf in elk geval zoveel mogelijk in contact met de patiënt.

Sommige moslims keren zich tijdens de ramadan af van de reguliere geneeskunde en het contact met hulpverleners wordt dan vaak – blijvend! – verbroken. Zij stoppen frequent op eigen initiatief met geneesmiddelengebruik en gaan op zoek naar alternatieven. Ook als ze weten dat hieraan gevaren kleven, raadplegen ze zelden de huisarts, praktijkondersteuner of apotheker over het (al dan niet tijdelijk) wijzigen van het medicijngebruik. Om dit te voorkomen kun je een afspraak plannen vlak na de ramadan. Ook kun je aangeven dat de patiënt bij eventuele problemen contact met je kan opnemen.
Jij bent niet verantwoordelijk voor het gedrag van je patiënt, alleen maar voor een goede voorlichting. Maar als je je open en respectvol opstelt en begrip toont voor de situatie van de patiënt, verklein je wel de kans dat je deze ‘kwijtraakt’.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2009, nummer 4

Literatuurverwijzingen:

1www.ramadan-medicijngebruik.nl
2www.nigz.nl/index.cfm?act=dossiers.inzien&vardossier=68
3www.nhg.org/expertgroepen/neo/Ramadanproject.htm