Eerder autorijden na beroerte of TIA

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Mensen die een beroerte of TIA kregen, moesten in het verleden minimaal een halfjaar de auto laten staan. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat verkortte deze termijn onlangs naar twee weken op grond van een advies van de Gezondheidsraad. een neuroloog of revalidatiearts moet dan wel positief oordelen over de rijbevoegdheid.

De kans dat iemand nogmaals een TIA of beroerte krijgt, is in de eerste week na de eerste aanval het hoogst: gemiddeld 5%. Dit percentage daalt door zeer snelle analyse en behandeling. Op middellange termijn (5 jaar) is het risico op een recidief 2 tot 5% per jaar, op de lange termijn (10 jaar) 2% per jaar. Deze groep patiënten heeft bovendien meer kans op een myocardinfarct, hart- en vaatziekte en vasculaire dood. Zij zouden dan ook in het acute stadium (de eerste week, tijdens de analyse en start van de behandeling) niet moeten autorijden, zo luidt het advies van de Gezondheidsraad. De Raad vindt dat resterende uitval (verlamming, hemianopsie), overige cardiovasulaire risico’s en cognitieve stoornissen bepalend zijn of iemand weer kan autorijden. Voorheen ging het vooral om de recidiefkans. Als de patiënt genoemde functiestoornissen heeft, dan geldt een rijverbod van 3 maanden. Autorijden na een beroerte mag dus als de neuroloog groen licht geeft, maar dan moet de patiënt wel de voorgeschreven medicatie nemen. Bovendien is de nieuwe rijbevoegdheid slechts vijf jaar geldig en is deze versoepelde regeling niet van toepassing op mensen met een hersenbloeding. Voor bus- en vrachtwagenchauffeurs gelden strengere regels, maar ook hier is de termijn dat ze niet achter het stuur mogen sterk verkort: van vijf jaar naar vier weken. (Susan Umans)

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 5

Literatuurverwijzingen:

1www.hartstichting.nl/actueel/nieuwsoverzicht