Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Diagnose etalagebenen moet anders

Avatar
Redactie NHG/BSL

Hoe je de enkel-armindex meet, is bepalend voor het aantal fout-negatieve uitslagen van deze test. De enkel-armindex is de verhouding van de bloeddruk gemeten aan de enkel (met doppler) en die gemeten aan de arm. Deze relatief simpele test voorspelt de aanwezigheid van perifeer arterieel vaatlijden (PAV). Bij een waarde kleiner dan 0,9 is verder onderzoek nodig. De meting aan de enkel kan op twee plaatsen, bij de voortzetting van de arteria tibialis anterior, de arteria dorsalis pedis, en bij de arteria tibialis posterior. Deze twee vaten splitsen net onder de knie en het is ook mogelijk dat er een vernauwing in een van deze vaten onder de knie zit. In een dergelijk geval meet je bij het vernauwde vat een lagere bloeddruk dan bij het normale vat. Het lijkt dan ook vanzelfsprekend dat je de laagste bloeddruk van de twee gemeten drukken voor de enkel-armindex moet gebruiken. Hierover was men het echter niet altijd eens. Volgens een consensusrapport moest je de hoogste waarde gebruiken, de richtlijn van de American Heart Association noemt geen voorkeur en de NHG-Standaard Perifeer Arterieel Vaatlijden spreekt zich er ook niet over uit.
Duitse onderzoekers hebben nu uitgezocht wat de beste methode is. Bij het gebruik van de laagste bloeddruk spoor je de meeste mensen met PAV op (aangetoond met duplexechografie). De negatief voorspellende waarde was 0,88 en als je de hoogste gemeten bloeddruk gebruikt, is de negatief voorspellende waarde 0,74. Het is logisch dat de positief voorspellende waarde van de laagst gemeten waarde wat lager is (0,93) dan wanneer je de hoogst gemeten waarde gebruikt (0,99). Maar bij een dergelijke simpele screenende test is het van belang om zoveel mogelijk mensen met de aandoening eruit te pikken, zonder dat je natuurlijk te veel mensen zonder PAV voor verder onderzoek doorstuurt. Interessant was ook dat het vooral de mensen met vaatafwijkingen onder de knie waren die er wel met de methode van de laagst gemeten waarde uitgepikt werden.
Voor praktijkondersteuners die gebruikmaken van de enkel-armindex bij hun hart- en vaatziektenspreekuur, is het dus beter om op twee punten met de doppler de enkeldruk te meten en vervolgens de laagste bloeddruk te nemen voor het bepalen van de enkel-armindex. (RD)

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2006, nummer 3

Literatuurverwijzingen:

1Schröder F, et al. A modified calculation of ankle-brachial pressure index is far more sensitive in the detection of peripheral arterial disease. J Vasc Surg 2006;44:531-6.