Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Blaasontsteking

Avatar
Redactie NHG/BSL
Een blaasontsteking is een oppervlakkige ontsteking van het slijmvlies in de blaas. Het komt meer voor bij vrouwen. De patiënt heeft een pijnlijk of branderig gevoel bij het plassen, pijn in de onderbuik of hematurie, regelmatig aandrang en plast vaak kleine beetjes. Er is meestal geen koorts, wel soms verhoging. Als de infectie zich uitbreidt naar het nierweefsel (pyelonefritis) of prostaatweefsel (prostatitis), voelt de patiënt zich ziek, heeft hoge koorts, koude rillingen, is misselijk, heeft pijn in de flank of perineum. Mictieklachten kunnen dan ontbreken.

Wat is er over bekend?

Blaasontsteking komt in de huisartsenpraktijk veel voor: gemiddeld bij 70 vrouwen en 10 mannen per 1000 patiënten per jaar. Bij vrouwen is het de meest voorkomende kwaal waarmee ze bij de huisarts komen. Vaak is de bacterie Escherichia coli de oorzaak. Deze bacterie komt bij iedereen in de darm voor, maar kan ook in de buurt van de plasbuis zitten. Bij vrouwen is de afstand tussen plasbuis en anus kleiner dan bij mannen, waardoor vrouwen eerder blaasontsteking oplopen dan mannen. Ook bij geslachtsgemeenschap kunnen bacteriën worden verspreid. Daarnaast spelen soms zwangerschap en menopauze een rol bij het ontstaan van een blaasontsteking.
Via de plasbuis dringen bacteriën de blaas binnen, waar ze zich aan de blaaswand hechten. Hierdoor kan er een ontsteking ontstaan van de blaaswand. De NHG-Standaard Urineweginfecties maakt onderscheid tussen een ‘ongecompliceerde’ en een ‘gecompliceerde’ urineweginfectie (meestal blaasontsteking). Bij een gezonde, niet-zwangere volwassen vrouw, verloopt een blaasontsteking vaak zonder complicaties. Mannen, zwangeren, kinderen, patiënten met nier- of urinewegafwijkingen, met een verblijfscatheter, of met een verminderde weerstand (zoals bij diabetes) hebben eerder kans op een gecompliceerd verloop of onderliggende problemen. Dit vergt een andere behandeling.
Een blaasontsteking kan vanzelf overgaan en is niet besmettelijk, maar levert soms de hinderlijke klachten op. Vanwege een snellere genezing geeft de huisarts antibiotica. Afhankelijk van het bacterietype en of de patiënt tot een risicogroep behoort, kiest de huisarts het antibioticum. Bij risicogroepen is een urinekweek gebruikelijk.

Wat kan ik voor de patiënt doen?

Een patiënt met klachten neemt vaak contact op met de assistente, of bezoekt het spreekuur van de huisarts. Soms krijgt de praktijkondersteuner vragen hierover tijdens het spreekuur. Om te onderzoeken of de patiënt blaasontsteking heeft, moet hij ochtendurine in een schoon potje inleveren op de praktijk, het liefst binnen twee uur na het plassen. Bij een gecompliceerde blaasontsteking gaat de patiënt meestal naar de huisarts, zeker als er aanwijzingen zijn voor een uitbreiding van de ontsteking naar nieren of prostaat. Bij een ongecompliceerde blaasontsteking bespreekt de assistente de uitslag van het onderzoek met de huisarts, die een kuur voorschrijft.

Wat kan ik uitleggen?

Vertel dat blaasontsteking een vaak voorkomende, meestal onschuldige kwaal is, maar dat antibiotica voorgeschreven kunnen worden omdat de klachten zo hinderlijk zijn. Geef aan dat klachten kunnen aanhouden tot een paar dagen na afloop van de antibioticumkuur. De kuur moet worden afgemaakt. Laat de patiënt contact opnemen wanneer er koorts optreedt, of alleen maar zieker wordt. Spreek bij risicogroepen altijd een controle-urineonderzoek af na de kuur. Dit geldt ook voor gezonde vrouwen bij aanhoudende klachten. Geef daarnaast adviezen om recidief te voorkomen: voldoende drinken en bij aandrang het plassen niet uitstellen, maar direct naar het toilet gaan. De blaas daarbij helemaal leegplassen is belangrijk. Vrouwen zouden ter voorkoming van een blaasontsteking ook na geslachtsgemeenschap moeten plassen. Verder kunnen cranberryproducten soms helpen om een blaasontsteking te voorkomen.
Bij terugkerende blaasontstekingen is verder onderzoek door de huisarts nodig. De huisarts beslist dan of er antibioticaprofylaxe nodig is of overweegt behandeling met oestrogenen bij oudere vrouwen.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 3

Literatuurverwijzingen:

1Van Haaren KAM, Visser HS, Van Vliet S, Timmermans AE, Yadava R, Geerlings SE, et al. NHG-Standaard Urineweginfectie. www.nhg.org
2NHG-Patiëntenbrief Blaasontsteking. www.nhg.org