Het langverwachte obesitasmedicijn rimonabant. Helpt het?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Achtergrond

Overgewicht en obesitas (BMI > 25, respectievelijk > 30) komen steeds vaker voor. Dat zorgt voor toenemende gezondheidsproblemen omdat zij het risico verhogen op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, sommige soorten van kanker en vroegtijdige sterfte. Vooral vet dat is opgeslagen in de buik (de appelvorm) hangt met deze risico’s samen, vandaar dat voor een inschatting van gezondheidsrisico’s de omvang van de taille misschien nog wel belangrijker is dan de BMI (verhoogd risico bij vrouwen > 80 cm en bij mannen > 94 cm).
Het behandelen van overgewicht is echter nog niet zo eenvoudig. Zelfs een gewichtsverlies van slechts 10% van het lichaamsgewicht – op zich al voldoende om de risico’s op ziekte dramatisch te verlagen – is lastig te bereiken. Voor alle benaderingen van energiebeperkte diëten, meer beweging, gedragstherapeutische vermageringsdiëten die de patiënt gezond en regelmatig eetgedrag aanleren of uitgekiende combinaties, geldt helaas dat de moeizaam kwijtgeraakte kilo’s er bij de meeste mensen in een mum van tijd weer aan zitten. De behandelingen zijn op de lange termijn weinig effectief en het merendeel van de mensen is na vier jaar zelfs zwaarder dan vóór de behandeling.
Kan het alom als veelbelovend omschreven medicijn rimonabant ons dit langetermijnsucces wél bieden? Rimonabant is een cannabisantagonist die de activiteit van de cannabinoïde-1-receptor in de hersenen vermindert. Uit eerdere onderzoeken kwamen aanwijzingen dat het middel mogelijk werkt bij mensen die willen stoppen met roken (een Cochrane-review daarover is in voorbereiding) en dat het een rol speelt bij de regulering van honger, verzadiging en lichaamsgewicht.

Doel

Wat is de effectiviteit van rimonabant bij de behandeling van overgewicht en obesitas?

Zoekstrategie en inclusiecriteria

De onderzoekers plozen MEDLINE, EMBASE, de Cochrane Library, LILACS, databases van nog niet gepubliceerd onderzoek en literatuurlijsten van andere onderzoeken na op relevante klinische trials, met juni 2006 als eindpunt. Zij namen alleen die RCT’s (randomised clinical trials) in hun review op waarvan de deelnemers overgewicht en/of obesitas hadden en die rimonabant vergeleken met een placebo (nepmiddel) of een andere gewichtsinterventie.

Gegevensverzameling en analyse

Twee onderzoekers beoordeelden onafhankelijk van elkaar de methodologische kwaliteit van de RCT’s. Zij wilden een uitspraak kunnen doen over de verandering in gewichtsverlies, de morbiditeit en eventuele bijwerkingen bij de rimonabantgebruikers.

Belangrijkste resultaten

Van de 326 hits voldeden er uiteindelijk slechts 4 aan de belangrijkste inclusiecriteria. Slechts 1 RCT maakte melding van de resultaten na 2 jaar, de overige 3 vermeldden de resultaten na 1 jaar. Alle 4 RCT’s vergeleken 3 condities: rimonabant 20 mg versus rimonabant 5 mg, versus placebo in combinatie met een energiebeperkt dieet. De groep met rimonabant 20 mg was na 1 jaar gemiddeld 4,9 kg méér gewicht kwijt dan de placebogroep. Ook de tailleomtrek, de HDL- en triglyceridenconcentraties en de systolische en diastolische bloeddruk waren opvallend verbeterd. De groep met rimonabant 5 mg was gemiddeld 1,3 kg méér kwijt dan de placebogroep, en bij hen waren de plasmalipiden en de bloeddruk niet zichtbaar verbeterd. Wel had rimonabant 20 mg significant meer algemene en ernstige bijwerkingen, in het bijzonder op het functioneren van zenuwstelsel, maag en darmen en op het psychische welbevinden. In alle 4 RCT’s was de uitval ongeveer 40%. Vooral in de groep met rimonabant 20 mg was de uitval hoog vanwege de ernstige bijwerkingen.

Conclusie auteurs

Rimonabant leidt na één jaar tot een bescheiden gewichtsverlies van ongeveer 5%. Hoewel ook een klein gewichtsverlies al gunstige effecten op de gezondheid kan hebben, moet dit resultaat met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. De kwaliteit van de vier RCT’s liet namelijk behoorlijk te wensen over en de follow-up was bij alle onderzoeken te kort om verregaande conclusies te kunnen trekken. Om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de eventuele rol van rimonabant voor de behandeling van overgewicht en obesitas is beter onderzoek nodig, met een langere follow-up en liefst niet gefinancierd door de farmaceutische industrie.

Commentaar

Het uur der waarheid bij effectonderzoek breekt meestal pas na vier jaar aan. Dat is een probleem, want welke onderzoeksgroep heeft daarvoor tijd en middelen? En moeten mensen, voor blijvend effect, het middel levenslang slikken? Ernstiger, echter, zijn de bijwerkingen en de hoge uitval, vooral in de hoge, werkzame dosis. Ten minste vier van de tien mensen vielen tijdens het onderzoek uit omdat zij het middel niet goed konden verdragen. Bij de overgebleven groep was het resultaat wel spectaculair. Dat heet: minimaal 5% en maximaal zelfs 10% gewichtsverlies. Qua winst voor de gezondheid inderdaad spectaculair, maar of de persoon in kwestie dit zelf ook zo zal zien? Iemand van 120 kilo weegt daarna nog altijd 108 kilo…
Het middel is dus zeker niet die wonderpil waar alle dikke mensen hun hoop op hadden gevestigd – die ‘de taille doet smelten’ en er voor zorgt dat een mega aantal kilo’s er snel afgaat. Ook zal zeker 40% van de mensen voor wie het middel is vrijgegeven vanwege de bijwerkingen vroegtijdig moeten stoppen. Dat zijn de mensen met ernstig overgewicht, eventueel in combinatie met diabetes type 2 of een afwijkend cholesterolgehalte.
Zelf geloof ik niet zo in wonderpillen, zoals ik ook niet in wonderdiëten geloof. Wél ben ik ervan overtuigd dat mensen kunnen afvallen, en dat blijvend. Vijf tot tien procent gewichtsverlies moet haalbaar zijn, maar wel op voorwaarde dat mensen bereid zijn bij zichzelf na te gaan waarom zij eigenlijk te veel eten. Zijn zij vooral emotie-eters, of hebben zij eerder moeite op hen af komende verleidelijke voedselprikkels goed te weerstaan? Bij beide typen eters is een pilletje of een wonderdieet geen goed idee, omdat het de oorzaak van het overeten niet aanpakt. Leer emotionele eters anders met hun emoties om te gaan en wapen externe eters tegen voedselprikkels. Daarvoor bestaan goede zelfhulpboeken, terwijl meer hardnekkige gevallen met goede (gedrags) therapieën geholpen kunnen zijn.

Tatjana van Strien,Radboud Universiteit Nijmegen, auteur van ‘De Afslankmythe’

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 1

Literatuurverwijzingen: