Het evenwichtsorgaan en valpreventie

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Duizeligheid, oorsuizen en misselijkheid

Mevrouw Veldkamp, 42 jaar, komt op het spreekuur. Het afgelopen weekend kreeg zij zomaar acuut last van hevige draaiduizeligheid met misselijkheid, oorsuizen en verminderd gehoor links. Het duurde een uur of zes; daarna voelde ze zich uitgeput en heeft lang en diep geslapen. De volgende dag voelde ze zich wel beter, maar had nog wat last van oorsuizen.

Achtergronden

Het evenwichtsorgaan (vestibulair systeem) is het zintuig dat informatie verzamelt over beweging en balans. Met het slakkenhuis (cochlea) van het gehoor ligt het in het binnenoor en vormt het samen het labyrinth in het rotsbeen (zie figuur1); een anatomische eenheid. De informatie uit de zintuigcellen gaat via de evenwichtszenuw naar de hersenen. De evenwichtszenuw vormt samen met de gehoorzenuw de achtste hersenzenuw. Gehoorklachten en evenwichtsklachten kunnen daarom gelijktijdig optreden.1

Het evenwichtsorgaan bestaat globaal uit twee delen: de drie halfcirkelvormige kanalen en twee ‘zakjes’, de otolietorganen. De drie halfcirkelvormige kanalen staan loodrecht op elkaar. In de kanaaltjes zit een vloeistof: endolymfe. Bij beweging van ons hoofd gaat de vloeistof stromen. Zintuigcellen met kleine haartjes die in de vloeistof uitsteken, buigen door de stroming om. De halfcirkelvormige kanalen zijn gevoelig voor draaibewegingen van het hoofd.

De twee otolietorganen zijn evenals de halfcirkelvormige kanalen gevuld met vloeistof en zintuigcellen waarop kleine kristallen liggen (figuur 2) die trager bewegen dan de trilharen van de haarcellen. De zintuigcellen nemen plaatsveranderingen van deze steentjes waar. In tegenstelling tot de halfcirkelvormige kanalen zijn de otolietorganen niet gevoelig voor draaibewegingen van het hoofd, maar voor versnellingsbewegingen (bijvoorbeeld in lift, auto of achtbaan). Daarnaast zorgen ze voor een goede stand van het hoofd ten opzichte van de ruimte.

Het vestibulaire systeem stuurt voornamelijk signalen om oog- en houdingsspieren te controleren. De samenwerking met de oogspieren zorgt voor de , de samenwerking met de houdingsspieren () zorgt voor verschillende .

Evenwichtsstoornissen

Problemen op het gebied van beweging en balans geven klachten zoals (draai)duizeligheid, misselijkheid/braken en transpireren/flauwvallen/vallen. Duizeligheid treedt meestal op in aanvallen (acuut), maar kan ook constant aanwezig zijn (chronisch).

Evenwichtsproblemen kunnen diverse oorzaken hebben, zoals ontstekingen, verwondingen, tumoren, systeemziekten (zoals diabetes), medicatie/intoxicatie en hart-/vaatstoornissen (bijvoorbeeld arteriosclerose en anemie3). De problemen kunnen zich voordoen in het evenwichtsorgaan zelf (neuritis vestibularis, benigne paroxismale positieduizeligheid), in het oor (cholestea­toom) of in beide (ziekte van Menière). Ook kan het komen door visusproblemen, problemen met de nek (whiplash­trauma), neurologische problemen (CVA/TIA), of psychische problemen (hyperventilatie, angst/paniekstoornis, depressie). Bij ouderen spelen er vrijwel altijd meerdere factoren tegelijk.2

Behandeling

De oorzaak behandelen is het beste. Antivertigomiddelen (zoals cinnarizine en betahistine, veel gebruikt tegen reisziekte) helpen meestal niet om de klachten te verminderen. Symptomatische medicatie tegen misselijkheid en braken helpt wel. Overigens vinden veel patiënten met reisziekte dat ze wel baat hebben bij antivertigomiddelen.

Vervolg duizeligheid, oorsuizen en misselijkheid

De symptomencombinatie acute duizeligheid, oorsuizen en verminderd gehoor doet meteen aan de ziekte van Menière denken. Het gaat daarbij om zwelling (hydrops) van het labyrinth. De huisarts schrijft mevrouw Veldkamp zetpillen tegen braken voor en verwijst haar naar een kno-arts.

Valpreventie

Vallen door evenwichtsstoornissen is een belangrijk probleem bij ouderen; het komt vaak voor en kan ernstige lichamelijke gevolgen hebben (10%) naast psychische (valangst) en sociale (isolatie). Ter preventie van vallen kun je algemene adviezen te geven: langzaam bewegen, vanuit ligstand eerst rustig gaan zitten en vervolgens traag gaan staan, zo mogelijk drempels, obstakels en gladde vloeren aanpassen, goed schoeisel, personenalarmering regelen en adviseren die niet op het nachtkastje te laten liggen bij nachtelijk wc-bezoek, enzovoort. Vallen kan veel oorzaken hebben die vaak samengaan, daarom is individuele valpreventie echt maatwerk voor bijvoorbeeld de huisarts, praktijkondersteuner ouderenzorg, klinisch geriater of valpoli.

Valpoli’s gebruiken een multidisciplinair protocol bij patiënten die het voorafgaande jaar minstens een keer zijn gevallen.4 De patiënt vult een vragenlijst in en vervolgens doet een arts anamnese en lichamelijk onderzoek om een oorzaak voor het vallen op te sporen. Hij bekijkt de gebruikte medicatie met het oog op interacties en bijwerkingen en vraagt screenend laboratoriumonderzoek, een ECG en een botdichtheidsmeting aan om diverse afwijkingen uit te kunnen sluiten. Een verpleegkundige beoordeelt geheugen, stemming, functionaliteit, externe risicofactoren, visus, eventuele urine-incontinentie en valangst en sluit ook orthostatische hypotensie uit. Een fysiotherapeut kijkt naar mobiliteit en balans, kracht, schoeisel en gebruikte hulpmiddelen en wijst op stop walking when talking (geen twee dingen tegelijk doen). Ten slotte vindt een multidisciplinaire nabespreking plaats en volgt er actie op basis van de bevindingen om het valrisico te reduceren.

Aangezien alledrie genoemde disciplines in de geïntegreerde eerste lijn aanwezig zijn, kan het protocol heel goed worden uitgevoerd met een deskundige praktijkondersteuner.

Risicofactoren voor vallen:

  • mobiliteitsstoornissen (stoornissen in balans, lopen en/of spierkracht)
  • eerdere val
  • psychofarmaca
  • verder: afhankelijk in ADL-taken, verminderde lichamelijke activiteit, gewrichtsaandoeningen, visusstoornissen, urine-incontinentie, ziekte van Parkinson, duizeligheid, polyfarmacie, depressieve symptomen en cognitieve symptomen.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 6

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Huizing EH, Snow GB. Leerboek keel-neus-oorheelkunde en hoofd-halschirurgie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2009
2Verheij AAA, Van Weert HCPM, Lubbers WJ, Van Sluisveld ILL, Saes GAF, Eizenga WH, et al. NHG-Standaard Duizeligheid. www.nhg.org
3Van Vliet A. Orthostatische hypotensie. Tijdschr praktijkonderst 2012;7:171.
4Emmelot-Vonk MH. Voorkomen dat ouderen vallen. Tijdschr Gerontol Geriatrie 2005;36:179-85.
5Elders PJM, Dinant GJ, Van Geel T, Maartens LWF, Merlijn T, Geijer RMM, et al. NHG-Standaard Fractuurpreventie. www.nhg.org