Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Geen versnippering van diabetes patiëntendossiers

Avatar
Redactie NHG/BSL

Los of integraal?

Praktijkondersteuners hebben vaak geen duidelijke stem in de keuze voor een ICT-systeem, maar ze moeten er wel mee werken. In veel regio’s ontstaan zorggroepen en andere vormen van afstemming van de zorg. Dat kan allemaal niet zonder ICT. In alle projecten lijken de oplossingen te verschillen. Verschillende bedrijven bieden oplossingen aan die naast het al bestaande huisartsinformatiesysteem moeten draaien. Het optimale systeem is nog niet uitgevonden. Hier twee opvattingen.

Het NHG vindt aparte elektronische patiëntendossiers voor diabeteszorg onwenselijk omdat aparte dossiers de informatie te veel versnipperen. Het NHG heeft richtlijnen geformuleerd om de keuze voor ICT-ondersteuning richting te geven.

Huisartsen en praktijkondersteuners/ -verpleegkundigen hebben grote behoefte aan een goede ondersteuning bij de monitoring van chronische aandoeningen zoals diabetes. De regionale initiatieven om de diabeteszorg te stroomlijnen versterken de noodzaak om gegevens te registreren, uit te wisselen en rapportages te verzorgen. Een geheel eigenstandige oplossing is volgens het NHG geen goed begaanbare weg. De volledige tien richtlijnen staan op www.diabetessteunpunt.nl.

Géén categoraal diabetespatiëntendossier

Uitgangspunt van het NHG is dat alle patiëntgegevens thuis horen in één samenhangend systeem omdat dit dubbel werk (invoer en beheer) voorkomt. Voor de huisartsenpraktijk is het huisartseninformatiesysteem (HIS) daarin leidend. Bovendien garandeert het werken in het eigen HIS dat:

  • patiëntgegevens die in een andere context worden vastgelegd ook beschikbaar zijn voor de diabeteszorg (denk hierbij aan comorbiditeit, met name hart- en vaatziekten);
  • patiëntgegevens die zijn vastgelegd in het kader van diabeteszorg beschikbaar zijn in andere relevante situaties;
  • alle relevante patiëntgegevens beschikbaar zijn voor rapportages.

Registratie volgens standaardmodel is nodig

Huisartsen en praktijkondersteuners moeten patiëntgegevens op uniforme wijze registreren, zodat men de gegevens kan uitwisselen met andere zorgverleners en andere systemen. Het NHG heeft al de tabel lab- en diagnostische bepalingen ontwikkeld. Daarmee kan je alle voor de diabeteszorg relevante gegevens uniform vastleggen. De laatste versie is versie 8 van juni 2005. Een HIS moet er voor zorgen dat gebruikers diagnostiek en meetwaarden alleen op een vaste manier kunnen invoeren, om zo foutieve opslag te voorkomen. Als een systeem de laatste NHG-labcodetabel niet gebruikt, ontstaan er problemen bij de uitwisseling met bijvoorbeeld het laboratorium en andere hulpverleners.
Niet alleen moet men gegevens uniform vastleggen, men moet ze ook op dezelfde plek in het HIS vastleggen. Daarvoor is het diagnostisch archief of de meetwaarden module de aangewezen plaats. Zo zijn de gegevens beschikbaar voor bewerkingen (Quetelet-index berekenen, grafieken maken), maar ook voor rapportages of selecties van risicogroepen.

Communicatie met andere hulpverleners

In het diabetesdeel van het HIS moet het mogelijk zijn om alle patiëntgegevens van één patiënt uit het systeem te lichten en te versturen naar een andere huisarts, bij voorkeur elektronisch, maar desnoods op papier. Als de patiënt verhuist, moet de nieuwe huisartsenpraktijk naadloos door kunnen werken.
Een systeem of combinatie van systemen moet zo zijn opgezet dat communicatie mogelijk is, zowel met de samenwerkende zorgverleners die gebruikmaken van dezelfde omgeving (hetzelfde systeem) als met zorgverleners die dat niet doen (de buitenwereld). Communicatie kan op papier maar liever natuurlijk elektronisch, via een elektronisch postbussystemen (Edifact berichten), via internettechnieken (webformulieren) of in de toekomst via de ‘Nictiz-infrastructuur’ (het Landelijk Schakelpunt). Communicatie via beveiligd internet is nu al een belangrijke voorwaarde voor ketenzorg, en aansluiting op onderdelen van de Nictiz-infrastructuur strekt tot aanbeveling.

Privacy moet fijnmazig geregeld zijn

Zorgverleners moeten volgens de WGBO in samenspraak met de patiënt bepalen wie welke patiëntgegevens te zien krijgt. In HIS’sen zijn verbeteringen mogelijk en noodzakelijk. Met de toename van de toegangs- en beschikbaarheidsmogelijkheden van patiëntgegevens is een fijnmazige regeling om patiëntgegevens ter beschikking te stellen aan andere zorgverleners een absolute noodzaak. Het moet geen ‘alles-of-nietssysteem’ zijn. De vraag is of dit in de aparte diabetesdossiers wel goed geregeld is.

Makkelijk rapporteren noodzakelijk voor kwaliteitsbeleid

Geselecteerde gegevens over groepen patiënten moeten makkelijk uit het systeem te halen zijn. Praktijken willen immers voor het eigen kwaliteitsbeleid gegevens kunnen vastleggen. Ze moeten de vrijheid hebben om gegevens met hun eigen gekozen software te kunnen analyseren. Overzichten zijn niet alleen nodig voor het medisch inhoudelijke kwaliteitsbeleid, maar ook om de werkstromen in de praktijk te verbeteren. In ieder geval moeten er rapportages mogelijk zijn op patiëntniveau, op praktijkpopulatieniveau en waar van toepassing (diabeteszorggroepen) op nog hoger aggregatieniveau.

Conclusie

Het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) bij de huisarts moet een integraal beeld kunnen geven over de patiënt. Versnippering van patiëntgegevens over één of meer categorale EPD’s geeft meer werk en belemmert het overzicht. Verbetering van de ICT-ondersteuning van de zorg is zeker noodzakelijk, met name ook aan de kant van de HIS’sen. Voor goede samenwerking met meerdere disciplines is elektronische communicatie en naadloze gegevensuitwisseling een vereiste.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2006, nummer 2

Literatuurverwijzingen: