Antwoorden Kennisquiz (Thema: Autorijden en chronische ziekten)

In dit artikel vind je de antwoorden op de Kennisquiz over Autorijden en chronische ziekten. De vragen van de kennisquiz lees je hier.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Antwoorden

  1. Onjuist.

    Als iemand al een rijbewijs heeft wanneer hij diabetes krijgt, is er geen wettelijke plicht om dit te melden aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), ook niet als het rijbewijs verlengd moet worden. Het CBR vindt het echter de morele plicht om dit wél te doen. Een verzekeraar kan bij ongevallen weigeren uit te keren als blijkt dat iemand een verandering in zijn gezondheid heeft verzwegen.

  2. Antwoorden b en c zijn goed.

    Het CBR geeft een rijbewijs voor maximaal vijf jaar aan patiënten met diabetes. Op basis van de uitslag van het gesprek met en de keuring door de arts kan het CBR besluiten om het rijbewijs voor drie jaar te geven.

  3. Misschien juist.

    Of Marco niet meer mag autorijden kan afhankelijk zijn van een rijtest. Als de rijgeschiktheid in gevaar komt, kan een rijtest in de eigen auto verplicht zijn. Ook kan er afhankelijk van de ernst van de beperking een rijongeschiktheidsverklaring volgen of een rijgeschiktheidverklaring voor een bepaalde periode worden gegeven. Zie voor de voorwaarden http://​wetten.​overheid.​nl/​BWR0011362.

  4. Antwoord b is goed.

    Personen die ondanks behandeling een hoge bloeddruk houden (diastolische bloeddruk die bij herhaling gemeten hoger is dan 115 mmHg), krijgen een rijbewijs voor een periode van vijf jaar. De hypertensie zelf beinvloedt de rijgeschiktheid niet, maar binnen die vijf jaar kunnen wel complicaties ontstaan die de rijvaardigheid beïnvloeden.

  5. Antwoord c is goed.

    Na een verzuimperiode van 104 weken mag de werkgever ontslag van de werknemer aanvragen. Dit ontslag kan geregeld worden bij het UWV of met een vaststellingsovereenkomst. Bij een vaststellingsovereenkomst wordt het ontslag direct met de werkgever geregeld. De werknemer is nooit verplicht om een vaststellingsovereenkomst te accepteren. Het UWV beoordeelt het ontslag op basis van re-integratie-inspanningen, werkvermogen en zicht op herstel.