Antwoorden Kennisquiz (Thema: Kwetsbare ouderen)

In dit artikel vind je de antwoorden op de Kennisquiz over Kwetsbare ouderen. De vragen van de kennisquiz lees je hier.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Antwoorden

1 Antwoord d is goed.

Duizeligheid bij opstaan wijst vaak op orthostatische hypotensie. Om de aandoening te diagnosticeren moet de bloeddruk bij de patiënt in liggende positie worden gemeten, vervolgens na een minuut staan en na 3 minuten staan. Bij een 24-uursmeting is de tijdsinterval tussen twee metingen te lang om orthostatische hypotensie te kunnen aantonen. De tests Get Up and Go en EMS meten de mobiliteit.

Antwoord a is goed.

Orthostatische hypotensie komt vaker voor bij ouderen, maar mag niet worden afgedaan als inherent aan ouderdom. De klachten verminderen vaak als de medicatie wordt verlaagd.

3 Antwoord c is goed.

Zonder nader onderzoek kun je niet weten of er sprake is van een visusprobleem of een cognitief probleem. Er kan ook nog sprake zijn van ‘laaggeletterdheid’.

4 Alle antwoorden zijn goed.

SFMPC staat voor Somatisch, Functioneel, Maatschappelijk, Psychisch en Communicatief.

‘Somatisch’ omvat factoren als chronische aandoeningen, incontinentie, pijn, duizeligheid, gewrichtsproblemen, slaapproblemen, voeding en vermoeidheid.

‘Functionele’ aandachtsgebieden zijn beperkingen in ADL, medicijninname, maaltijdvoorziening, valrisico en vervoersproblemen.

‘Maatschappelijk’ omvat factoren als woonsituatie en veiligheid, mantelzorg, relatieproblemen en financiële situatie.

‘Psychische’ aandachtsgebieden zijn problemen als cognitie, dementie, depressie, psychiatrische aandoeningen, gedragsproblemen en zingeving.

‘Communicatief’ omvat factoren als gehoor- en visusproblemen, spraakproblemen en beperkingen in communicatieve actie en begrijpen.

5 Antwoord d is goed.

De LESA Zorg voor kwetsbare ouderen beschrijft de zorgcoördinatie.

Het kernteam benoemt de zorgcoördinator in overleg met de patiënt en/of de mantelzorger. Het is van groot belang dat de pa-tiënt een goede relatie heeft met de coördinator. De zorg kan ook gecoördineerd worden door de patiënt zelf of door een mantelzorger die is aangewezen in overleg met de patiënt.